Debat met Roland Duchâtelet en Phillippe Van Parijs – Deel I
Begin deze week was ik bij een debat met twee eminente pleitbezorgers van het basisinkomen. Roland Duchâtelet en Philippe Van Parijs, niet de minsten, als het op dit onderwerp aankomt… Van begin tot het einde was ik geboeid. Hier een samenvatting.
(Tijdens het betoog heb ik geen notities genomen. Jammer, dat wel en dit is dus een verslag uit het geheugen… Het kan dus fouten bevatten, ook al is mijn geheugen – uiteraard
– fenomenaal!
>>> Volgende keer, echter, neem ik een camera mee. En een bandopnemer…)
Roland Duchâtelet
Hij begon bij zijn inleiding eerst met te zeggen dat het basisinkomen een idee is om onze economie te reorganiseren die echter op dit moment, spijtig genoeg, nog niet is gerealiseerd ook al zou de realisering daarvan wel beter zijn…
Daarna startte hij meteen met de presentatie van een belangrijk basisfeit. De productiviteit van onze economie is er de voorbije eeuwen drastisch op vooruit gegaan. Waar twee à drie eeuwen geleden nog 50% van de bevolking in de landbouw werkte, is dat door de invoering van het paard, de ploeg, de tractor, leasing van het land, etc. nu in België bijvoorbeeld nog maar 1,5% ofzo (pin me nu niet vast op dit cijfer want dat ben ik vergeten… Maar ‘t is weinig!) Daarbij zei Duchâtelet ook nog dat je zou kunnen aanvoeren dat België toch ook heel veel landbouwproducten invoert en dat wij dus teren op het werk van buitenlanders in Argentinië enzo, maar zijn antwoord daarop was dat België, en bijvoorbeeld bij uitstek St. Truiden – waar D. vandaan komt! – toch ook heel veel uitvoert – appelen en peren enzo – en dat invoer en uitvoer hier dus in evenwicht zijn…
Daarop zei Duchâtelet iets schokkends (en, hou u vast, dit is géén cijfer dat ik vergeten ben!): Wat betreft de sectoren van:
- de landbouw,
- de industrie,
- de bouw
is het vandaag zo dat slechts 10% van de bevolking hier al het nodige werk doen! Met andere woorden: we kunnen eten en drinken, comfortabel leven én wonen – wij, allemaal – door slechts 10% van onze bevolking voltijds aan het werk te zetten!
Is dat niet zot?! Denk effe na: 10% van de bevolking kan zorgen voor onze drie belangrijkste levensbehoeften! Daar moet ge echt, echt ne keer diep over nadenken (nota; deze paragraaf is voor mijn rekening en hoort niet bij de samenvatting.)
Daarop stelde Duchâtelet de vraag wat dan die andere 90% van de mensen eigenlijk doen…
Daar zijn uiteraard de gepensioneerden bij, de kinderen, de zieken en andere mensen die om de ene of de andere reden niet kunnen of willen werken. Maar er zitten ook de diensten in, mensen die dus hun tijd, expertise en vaardigheden ter beschikking stellen van anderen om hen te helpen. Deze diensten zijn uiteraard ook belangrijk, soms zelfs levensbelangrijk (denk: geneeskunde) en ze vormen dus nu ook het grootste deel van onze tewerkstelling…
Eigenlijk volgt uit het bovenstaande schokkende feit dat het basisinkomen zich gewoon opdringt. Als ge al met 10% van de bevolking alles kunt produceren wat ge nodig hebt, buiten de diensten dan, dan lééf je eigenlijk in een welvaartstaat waarin het heel erg gemakkelijk zou moeten kunnen zijn om er voor te zorgen dat niemand iets te kort komt en er dus ook geen armoede meer bestaat. Want produceer gewoon alles wat ge nodig hebt, verzamel het geld en keer een deel daarvan gewoon uit aan alle mensen in de vorm van een basisinkomen en voilà, ge hebt geen armoede meer!
Deze idee is zo simpel, dat veel mensen niet willen geloven dat het zo eenvoudig kan zijn en daarom misschien het basisinkomen wantrouwen. Maar logisch gesproken, als je werkelijk het bovenstaande basisfeit in ogenschouw neemt, is dit toch een werkbaar model, een model dat onze economie juist beter zou kunnen doen draaien en onze samenleving een boost zou geven… Want niet alleen zorgt het basisinkomen er voor dat er geen armoede meer is (het hoeft geen hoog inkomen te zijn, maar het kan wél armoede voorkomen), ook zorgt dit er voor dat de koopkracht bij de bevolking voldoende hoog blijft – wat uiteraard belangrijk is – en het basisinkomen zou ook gebruikt kunnen worden als regelknop om de inflatie te beheersen – wat overigens een betere regelknop is dan de index, die namelijk verschillende economische waarden moet regelen, maar een regelknop die meer dan één waarde regelt is uiteraard een slechte regelknop aangezien je enkel goed iets kan besturen indien je voor elke waarde een aparte regelknop hebt. Met andere woorden: door het basisinkomen lichtjes te laten stijgen en dalen kan ook de inflatie efficiënter worden beheerst.
Hoe ga je dit basisinkomen betalen?
Dat is natuurlijk een belangrijke vraag en er zijn verschillende modellen. Het zal echter in ieder geval door belastingen moeten gebeuren. Daarbij stelde Duchâtelet dat er goede belastingen zijn en slechte. Hij voerde aan dat je misschien de vraag kan stellen of er dan wel goede belastingen zijn – zijn alle belastingen niet per definitie slecht?!
– maar die zijn er wel degelijk. Een belasting is goed wanneer ze aan de volgende drie criteria beantwoordt:
- Ze moet goed zijn voor het milieu en voor de samenleving. Met andere woorden de belasting moet mensen stimuleren om op een milieuvriendelijke en maatschappelijk verantwoordde wijze hun leven in te richten,
- De belasting moet moeilijk te ontduiken zijn. Wanneer een belasting gemakkelijk te frauderen valt, dan is het uiteraard van te voren te voorspellen dat dit een fiasco gaat worden, zeker als er verder ook weinig maatschappelijk draagvlak voor bestaat,
- De kost van het innen van de belasting in verhouding tot de totale som die het heffen van de belasting opbrengt moet laag zijn. Bijvoorbeeld in het oude Egypte was die kost 20% ofzo, wat eigenlijk best wel hoog is omdat je natuurlijk ook de ambtenaren enzo moet betalen die de belasting innen en die contrôle uitoefenen.
Dat zijn de drie criteria die Duchâtelet aanvoerde om een belasting op te beoordelen. Welke belastingen voldoen hier nu aan? Hij gaf zelf het voorbeeld van een belasting op electriciteit. Electriciteit, maar energie in het algemeen, is een goed dat we minder gaan moeten gebruiken. Energiebesparing moet worden aangemoedigd, omwille van ecologische redenen. Verder is het uiteraard heel moeilijk om een belasting op electriciteit te ontduiken, want de meterstand is ondubbelzinnig en gemakkelijk te controleren. Tenslotte is de kost van de inning ook vrij klein, omdat de inning vrijwel automatisch kan gebeuren. Dit zal mensen er dus toe aanzetten om electriciteit te gaan besparen én de opbrengsten van de belasting zullen rendabel zijn.
De staat maakt het de mensen moeilijk om elkaar te helpen!
Vervolgens gaf Roland Duchâtelet ook een voorbeeld van een slechte belasting: namelijk die op arbeid. Hij werd kwaad en de verontwaardiging bleek groot toen hij zei dat de overheid het nu de mensen moeilijk maakt om elkaar te helpen. “Als mijn buurman graag in zijn tuin werkt en ik goed in wiskunde ben dan ligt het voor de hand dat hij mij vraagt om zijn dochter te helpen met wiskunde en ik hem om mijn gras te komen afdoen. Nu is het echter zo dat de staat, die zich bijna overal mee moeit zodat je bijna niets in dit land nog goed kan doen, dit bemoeilijkt door te eisen dat beide partijen elkaar betalen, bv. € 10 per uur, om daar dan nog eens € 15 per uur aan belastingen bovenop te kunnen doen… Het zou verboden moeten zijn dat de staat het de mensen moeilijk maakt om elkaar te helpen!”
Dit is dus een slechte belasting omdat ze in strijd is met het eerste criterium. Want wat is het gevolg? Ik dacht dat Duchâtelet zou zeggen dat wij die belasting natuurlijk ontduiken door in het zwart te gaan werken, maar in de plaats daarvan zei hij: “Ja, wij doen dat niet hé!” – elkaar helpen dan… En dat is waar natuurlijk, want hoe veel mensen zouden er niet al snel kleine zelfstandige geworden zijn, als de belastingen op arbeid niet zo hoog zouden zijn en hoeveel mensen zouden er ook niet van die diensten gebruik maken als de prijs voor die diensten niet kunstmatig hoog gehouden zou worden – zoals nu het geval is – door deze exuberant hoge belasting op arbeid, die het netto loon van de dienstenverlener zowaar overschrijdt! Ik heb zelf een tijd bijles gegeven aan kinderen van de middelbare school die het nodig hadden. In het wit, via een erkende organisatie. De klanten die ik had waren echter bijna allemaal de rijkere families, gewoon omdat een uur bijles in het wit inderdaad om en bij de € 25 kostte… En dat terwijl ik er daar maar € 10 ofzo van kreeg… Dat is dus een triest verhaal want zo kunnen de rijken zich zaken veroorloven, die ik ook graag aan de minder rijken had aangeboden… Dat is een bedenking van mij, Duchâtelet heeft dit niet gezegd, maar het sluit wel aan bij de verontwaardiging die hij uitsprak. De staat zou het niet mogen verhinderen dat de mensen elkaar helpen! In een gezonde en warme maatschappij, die bovendien ook nog zóó rijk is dat als we elkaar geen diensten konden leveren 90% van de mensen niet eens zouden kunnen deelnemen aan het economische leven – ook niet als ze dit zouden willen – is dat alleen al op ethische gronden gewoon onaanvaardbaar…
Tenslotte hekelde Duchâtelet ook nog het feit dat nu de belasting op arbeid in de horeca-sector verstrengd wordt gecontroleerd. Hij rekende voor dat als een kelner netto € 10 verdient, de patron echter € 25 voor dat uur moet betalen, een pintje € 0,50 aan de patron opbrengt, de kelner dan dus per uur minstens 50 pintjes moet serveren om break-even te draaien en dan zitten daarin nog niet eens de andere kosten van het café. Met andere woorden, Duchâtelet voorspelde dat door de invoering van de ‘slimme kassa’ die nu het onmogelijk zal maken dat een kelner nog in het zwart werkt, er een belangrijk stuk van ons erfgoed zal verdwijnen want er zullen zeker cafés de deuren ten gevolge van deze maatregel moeten sluiten… Bovendien betaalt de staat nu straathoekwerkers, duurbetaalde jobs waarbij de uitvoerders daarvan zich tussen de hangjongeren moeten begeven – en daar dan vaak ook meehangen
– terwijl je in de cafés sociale werkers hebt die de staat niet moet betalen en die véél en véél gemotiveerder zijn. Dit om ook maar eens te illustreren hoe fout de belastingen op arbeid zijn.
Verhoging van de BTW (Belasting op Toegevoegde Waarde)
Uit de discussie achteraf bleek dat Duchâtelet bijvoorbeeld ook de BTW (de belasting op toegevoegde waarde) als een goede belasting ziet. Inderdaad lijkt het er op dat deze belasting aan de drie bovenstaande criteria voldoet:
- We moeten met z’n allen duurzamer gaan leven, dat betekent dus ook: minder en slimmer consumeren. Een belasting op consumptie kan hiervoor zorgen.
- Verder is dit ook weer een belasting waar fraude moeilijk is, omdat je hier wél met vrucht slimme kassas zou kunnen verplichten die precies bijhouden wat een bedrijf aan geld binnen krijgt.
- Tenslotte is dit ook een goedkoop te innen belasting omdat je naast contrôle ook hier weer het proces automatisch zou kunnen doen verlopen…
Naast deze redenen, die ik nu zelf bedenk omdat D. ze niet expliciet vernoemd heeft, voegde hij er nog aan toe dat dit een belasting is die bedrijven niet kunnen ontwijken door naar het buitenland te verhuizen, want zowel bijvoorbeeld een Belgisch als een Chinees bedrijf moeten deze belasting betalen en bovendien, als men tegelijk met het verhogen van de BTW de belasting op de lonen zou verlagen, dan verkleint ook de loonhandicap – wat dringend nodig is…
Duchâtelet pleit er dus voor om enerzijds de belasting op arbeid te verlagen, anderzijds de BTW te verhogen. Verder ook om de belastingsinkomsten te verdelen over de mensen in de vorm van een basisinkomen. Dat betekent echter niet dat het basisinkomen onze bestaande sociale zekerheid in haar geheel zou vervangen: uiteraard moet daarnaast de klassieke gratis ziekteverzekering blijven bestaan en ook eventuele andere, maar dan voorwaardelijke uitkeringen, die ook met belastingsgeld worden betaald.
Dit vergt een totale re-engineering van onze economie, maar die is dan ook dringend nodig. We zitten nu nog met structuren uit de jaren ’50 van de vorige eeuw, die toen werkten, maar nu niet meer. Duchâtelet vergeleek dit met de auto, die als product ook verschillende keren, om tegemoet te kunnen komen aan nieuwe technologie, vanaf nul terug gere-engineerd is. Met de maatschappij daarentegen is dit jammer genoeg tot nu toe nog niet of te weinig gebeurd, maar mensen moeten ook eens gaan begrijpen dat wat vroeger werkte dat nu wellicht niet meer doet. Het is daarbij niet voldoende hier en daar aan het bestaande wat te sleutelen. Door dat te doen hebben we nu een zo ingewikkelde wetgeving, dat niemand er nog aan uit kan en dat is één grote merde.
Mijn impressie
Duchâtelet is een gedreven spreker. Bovendien denkt hij als een ingenieur en een ondernemer. Zijn betoog klonk vooral heel erg praktisch. Duchâtelet staat met zijn twee voeten op de grond en redeneert vanuit heel alledaagse situaties.
De grootste ‘zwakte’ van zijn betoog lijkt mij te zijn dat iedereen hier eigenlijk iets ingewikkelds en genuanceerds verwacht, terwijl Duchâtelet zelf geen blad voor de mond neemt en eigenlijk een heel simpele idee presenteert. Als luisteraar krab je in het haar en denk je: Zou het nu echt zo eenvoudig zijn? Maar ik heb het gevoel dat als je Duchâtelet bijvoorbeeld de leiding over ons land zou geven hij het land daadwerkelijk zo zou organiseren en dat dit dan nog mogelijk zou blijken ook!
Voor zo ver ik kan zien is de basis van zijn idee namelijk gezond en als je het daar niet mee eens bent bedenk dan dat in ieder geval het feit dat het werk tegenwoordig er niet meer is omdat we met 10% van de bevolking aan het werk enkel de diensten zouden moeten missen (die niet de basis vormen van ons bestaan), ons er nu eigenlijk toe verplicht de economie anders te gaan denken. En dat in ieder geval politici, die vandaag de dag blijven geloven in het fantoom van de volledige tewerkstelling en die daarbij in sommige gevallen zelfs met het moraliserende vingertje durven te zwaaien, hun hoofd verloren zijn. Hoe kun je iedereen aan het werk willen in een economie die als maar efficienter wordt?! Dat gaat er bij mij niet in. Alleen al dit basisifeit is het waard om een grondige maatschappelijke discussie op te openenen.
Verder nog een woordje over de financiering van het basisinkomen. Roland Duchâtelet stelt dus voor om de belasting op arbeid te verlagen en de BTW te verhogen en dan daarmee het basisinkomen, maar ook de andere sociale maatregelen te betalen. Ik heb de kritiek gehoord daarop dat dit de koopkracht van de mensen zou verlagen, aangezien producten nu duurder zullen worden. Dit is volgens Duchâtelet niet het geval. Wat hij namelijk wil doen is het ene door het andere compenseren, waardoor bijvoorbeeld een brood door deze dubbele maatregel niet duurder zou worden, enkel de kostenstructuur zou veranderen (wat vooral een voordeel heeft voor de zelfstandige bakker, die nu minder (vaste) loonkosten heeft).
Nu weet ik zelf momenteel niet of dit voldoende zal zijn om een basisinkomen mee te betalen. De cijfers die Duchâtelet gebruikte ken ik namelijk zelf niet en ook heb ik (voorlopig) geen inzicht in ons ingewikkelde belastingsysteem. (Nu, het schijnt héél erg ingewikkeld te zijn en dus zal ik dat misschien wel nooit krijgen
)… Maar ik weet nu dus ook niet of het inderdaad wel zo eenvoudig en pijnloos zal zijn, een belasting op arbeid te vervangen door een hogere BTW. Het zou kunnen van niet, het zou kunnen van wel…
Duchâtelet stelde tijdens de discussies ook dat een basisinkomen niet zo heel veel meer aan de staat zou kosten dan het huidige systeem van werkloosheidsuitkeringen, kindergeld, OCMW-leeflonen, etc. In feite hebben de meeste mensen nu al een gegarandeerd inkomen vanwege de staat, alleen is dat niet onvoorwaardelijk. Dit betekent ook dat er slechts een kleine groep mensen (in België) bij zou komen die ook recht hebben op een inkomen van de staat, als het basisinkomen wordt ingevoerd naast de mensen die nu al een uitkering, kindergeld, pensioenen etc. van de staat genieten…
Zelf kan ik echter over dit soort zaken momenteel dus niet zo goed oordelen. Ik heb begrepen dat er meerdere modellen zijn die een berekening aanvoeren van hoe het basisinkomen kan worden gefinancierd – naast de rest van onze sociale zekerheid. Voor mij, als leek, is het echter moeilijk oordelen welke van die modellen nu werkzaam zijn en welke niet. Ook ken ik ze nog niet allemaal… Hoewel ik dus vóór de invoering van het basisinkomen ben en het ook eens ben met Duchâtelets vaststelling dat dit volgt uit onze gestegen productiviteit (denk ‘automatisering’ en ‘betere verdeling van het beschikbare werk zodat we met z’n allen minder kunnen gaan werken zonder aan welvaart in te boeten’), heb ik dus voorlopig nog geen mening over de vraag wat het beste plan is om zo een basisinkomen – en onze sociale zekerheid in het algemeen – te financieren. In de nabije toekomst zal ik mij met dit thema zeker dieper uiteenzetten, maar voorlopig acht ik het dus nog te vroeg om hier een gefundeerde mening over te formuleren…
De geldcreatie
Eén element dat hier volgens mij ook nog een rol speelt, en dat Duchâtelet niet heeft vernoemd, is de manier waarop tegenwoordig in ons economisch-financiële systeem ons geld wordt gecreëerd. Ik heb daar twee blogposts over geschreven, die je hier en hier kan terugvinden… Het is echter zo dat de creatie van het geld nu het privilege is van de Europese Centrale Bank (ECB) en de andere Banken. Zij kunnen geld uit het niets creëren en het vervolgens tegen betaling van rente aan de overheid en de andere banken en bedrijven uitlenen. Die rente steken ze dan in eigen zak, maar die is dus gewonnen op geld dat zomaar gecreëerd is, zonder dat hier echte waarde tegenover staat! Dat zo een geldcreatie ergens in het systeem moet gebeuren is logisch, want het geld groeit – jammer genoeg
– niet aan de bomen… Met andere woorden: het is een menselijke uitvinding en dus moeten mensen het ook zelf in het leven roepen. Het is echter niet eerlijk dat één instantie dit mag doen en bovendien zo dat het gevolg daarvan is dat alle andere instanties (regeringen, bedrijven, gezinnen, …) daardoor vanaf het moment dat ze geld gaan gebruiken daar iets voor moeten doen (werken) of in de schulden raken (lenen) terwijl de bankier ondertussen enkel wat cijfertjes in moet geven in een computer en verder de rest van zijn tijd aan de Côte d’Azur kan gaan liggen (om maar een voorbeeld te geven!). Dat zouden de anderen ook best wel wat meer willen doen, denk ik…
Er zijn mensen die zeggen dat zo lang regeringen moeten lenen bij banken tegen een bepaalde rente, het basisinkomen nooit zal kunnen betaald worden omdat door al deze leningen en de rente die daarop betaald moet worden hun schuldenberg te snel groeit. Dat is dus ook weer één element van de discussie en ook hier kan ik, als leek, voorlopig geen voldoende onderbouwde mening presenteren, maar de redenering dat er iets mis iets met onze geldcreatie omdat bepaalde (private en van de politiek onafhankelijke – de ECB is van de politiek onafhankelijk én privaat en de andere banken uiteraard ook) instanties hier een privilege hebben dat eigenlijk aan alle burgers toekomt, lijkt me wel erg pertinent. Als dit werkelijk de situatie is, dan denk ik dat er meerdere redenen zijn waarom we dit moeten veranderen dan enkel omdat we zo misschien het basisinkomen (en bij uitbreiding onze gehele sociale zekerheid) niet meer zullen kunnen betalen… In dat geval zou het veel wijzer en ook veel eerlijker, de geldcreatie bijvoorbeeld te democratiseren (dit zou bij uitstek kunnen gedaan worden door middel van de toekenning van een onvoorwaardelijk basisinkomen) of toch op zijn minst dit recht bij de overheid in plaats van bij private instanties te leggen, die zo privileges krijgen die eigenlijk eerder doen denken aan het ancien régime van vóór de Franse Revolutie dan aan een maatschappij die is georganiseerd op het gelijkheidsbeginsel…
Dit zijn dus enkele commentaren die ik heb bij Duchâtelets verhaal, samen met het voornemen dat ik dit alles in de toekomst zeker verder zal bestuderen… Want onze maatschappij en onze sociale zekerheid zijn te belangrijk, om zomaar alleen aan zogenaamde ‘specialisten’ over te laten!
Wordt vervolgd: stay tuned voor deel II…
