De laatste jaren ben ik veel in self-help boeken aan het lezen.
In deze verschillende boeken is er iets wat mij verwart. Vele, vooral de Amerikaanse, leggen de nadruk op het hebben van zogenaamde positieve emoties. Blijheid, vreugde, verlangen, dankbaarheid, liefde, sex zijn zulke emoties. De negatieve daarentegen moeten worden verwerkt en losgelaten worden, want ze zijn slecht voor de gezondheid en zorgen er bovendien voor dat datgene waarop je gericht bent bij het beleven van deze negatieve emoties (alle situaties, herinneringen enzovoort waar je géén goed gevoel bij had – de ’shit’, zoals dat vaak wordt uitgedrukt) zich keer op keer in je leven herhaalt. Verdriet, angst(en), jaloezie, wrok, pijn (in alle mogelijke vormen) en schaamte zijn voorbeelden van zulke gevoelens, die je volgens deze boeken maar beter niet kunt hebben en cultiveren.
Gevoelens worden veroorzaakt door gedachten, in combinatie met wat je over de werkelijkheid ervaart. Dus ik ervaar bijvoorbeeld dat een vriend sterft en ik ervaar in mijn herinneringen de momenten die we samen hebben doorgemaakt. In gedachten denk ik daarbij: ‘Nu zal ik hem nooit meer zien, nooit zal ik meer met hem zulke mooie momenten die we samen hebben meegemaakt kunnen beleven!’ En ik denk aan alles wat ik nog samen met hem had willen beleven en een golf van verdriet overvloeit mij… Het is omdat ik denk dat de dood een einde stelt aan onze relatie, voorgoed een einde, aan een relatie die ik als een bron van vreugde (of welk gelukkig gevoel dan ook) heb ervaren, dat ik dit – specifieke – verdriet voel.
Stel dat ik andere gedachten zou hebben over de dood. Dan zou ik me bij het sterven van een vriend ook anders voelen? Wellicht wel. Als ik zou denken: ‘De dood is slechts een overgang. Het is mogelijk voorbij de dood de verbondenheid met mijn vriend toch verder te ervaren en op een gegeven moment onze relatie, ondanks zijn (en misschien ook mijn) dood, misschien zelfs terug verder op te nemen’. Als ik dat zou denken, echt zou geloven ook (of misschien zelfs ‘bewijs’ – door ervaring, of op welke andere mogelijke manier zou hebben hiervoor), zou ik me dan anders voelen? Ik denk het wel. Het verdriet zou niet weg zijn, aangezien ik ook verdrietig kan zijn omwille van het feit dat hij er nu niet is, maar het zou toch anders zijn. Het zou meer een gevoel zijn in de zin van dat hij een verre reis aan het maken is misschien, waarna we elkaar wellicht weer terug zullen zien en onze ervaringen zullen kunnen uitwisselen, dan het gevoel dat ik heb als ik geloof dat deze vriend nu voorgoed uit mijn ‘leven’ verdreven is en bovendien de herinnering er aan dat ook mijn leven ooit over zal zijn, wat onder de omstandigheid van een geloof in de dood als het absolute einde een heel andere gevoelslading krijgt…
Gedachten bij een bepaalde ervaring, als ik deze gedachten kan geloven tenminste (!), geven aan mijn emoties een heel andere ‘touch’. En vaak kunnen ze mijn gevoelens ook helemaal omgooien. Als ik werkelijk positief over de dood denk kan ik zelfs blij zijn voor mijn vriend dat hij overleden is en er eventueel naar gaan verlangen, zelf ook op een gegeven moment die ‘drempel’ over te gaan. In ieder geval zal de gedachte aan de dood op deze manier een rustgevend gevoel van troost meebrengen samen met en naast het verdriet dat ik voel bij zijn verlies…
Dit zijn erg diepgaande bemerkingen en in boeken over psychotherapie, self-help en soms ook religie kun je dergelijke perspectieven ook terugvinden.
Maar blijft: wat is er mis met gevoelens van angst, pijn, onmacht, boosheid, wrok, schaamte, frustratie, jaloezie, enzovoorts? Dat is een retorische vraag want als ik bijvoorbeeld zelf deze gevoelens heb dan vind ik dat niet leuk. Deze gevoelens ervaar ik als een diepe vorm van lijden.
Lijden is een heel erg moeilijke. Ik vind lijden echt een heel erg moeilijke. Met lijden kan ik niet goed overweg. Helemaal niet! Ik ben eigenlijk intolerant voor lijden. Ik stel me intolerant op voor lijden. Als ik lijden zie of voel dan krijg ik het gewoon niet over mijn lippen, iets te zeggen in de zin van dat het lijden wel zinvol is en dat je er altijd wel iets uit kunt leren. Lijden, als het echt lijden is, is gewoon te erg. Als ik gevoelens van pijn en lijden ervaar, bij mezelf, en ook vaak bij anderen, dan voel ik me daar niet goed bij, ongemakkelijk, ik haat dat, deze gevoelens te zien, te ervaren. En ik voel me vaak machteloos, te zien wat er gebeurt en geen oplossing te kunnen bedenken om van het lijden af te geraken.
En dan zijn er de self-help boeken. Waarvan de auteurs me willen uitleggen en leren hoe van lijden, van negatieve emoties ook en van negatieve gevoelens, af te komen. Verander gewoon je perspectief op de wereld! Debug je gedachten, je denken, zorg ervoor dat al die onware of onbewijsbare gedachten die je hebt over ‘het leven – en de dood’ en alles wat daar tussen zit (ziekte, geld, relaties, rijkdom, waarden, gezondheid, geluk, etc. etc.) uit je systeem verdwijnen en vervang deze vervolgens door gedachten over het leven die wel éven waar zouden kunnen zijn en die bovendien positieve emoties bij je opwekken! Dus dat staat mij te doen! Mijn gedachten, mijn denken te veranderen…
‘Confidence’ betekent er op vertrouwen dat de gedachten die mij positieve gevoelens geven over het leven, waar zijn. Het is even goed mogelijk de dood te zien als een absoluut einde als om de dood te zien als een bepaalde overgang, waarna het – op welke manier dan ook – nog steeds mogelijk blijft relaties verder te zetten. (Merk op dat sommige mensen dat ook een horribele idee kunnen vinden.
Bijvoorbeeld de Duitse schrijver en hooggevoelige natuur Klaus Mann verlangde een groot stuk van zijn leven naar de dood en vond het een horribele gedachte dat het misschien na de dood nog verder zou gaan. Zijn teksten hierover doen me zeer veel, met name één tekst, waarin hij schrijft over de doodskist als een schip en op het einde aangeeft wat het voor hem zou betekenen mocht uiteindelijk de dood niet het einde blijken te zijn. Dat is voor hem geen positieve gedachte. Klaus Mann heeft een dagboek geschreven en ook enkele toneelstukken, die ik graag heb gelezen en ook een roman, ‘Mefisto’, waar bovendien het gelijknamige stuk van Guy Cassiers, ‘Mefisto for ever’ op gebaseerd is en waarin Klaus Mann vertelt over de keuzes van een Duitse acteur wanneer deze met het Nazisme in Duitsland geconfronteerd wordt. Zie hier voor een klein fragmentje daarvan.)
Wat ik merk is dat ik het moeilijk vind de negatieve gevoelens zelf op te geven. Ik hou daarvan. Ik heb er niet alleen een negatieve ervaring bij – trust me, ik ervaar ze als even verschrijkkelijk, pijnlijk, isolerend en al dat meer als jij – maar… en dan twijfel ik weer.
Waarom zou ik lijden aanvaarden? Niet natuurlijk! Bovendien voel ik me ook schuldig bij het feit dat ik met de gedachte speel. Dat is flirten met de dood, flirten met afhankelijkheid, flirten met emotionele situaties die ik nu nog vermijd maar die absoluut zullen optreden ooit als ik in deze emoties blijf en die embarrassing zullen zijn. Helemaal NIET leuk. Die, als ik er mee naar buiten kom, zoals bijvoorbeeld in deze post, mij met angst en beven vervullen, het zijn immers negatieve emoties, niet, en die zijn, zo is bekend, niet alleen kwetsend voor mij, maar ook moeilijk om mee om te gaan voor anderen. Dit artikel, wil het waardevol zijn, moet een glimlach op je gezicht brengen. Als ik echter over angst praat, over pijn en lijden in een zin die deze dingen niet geheel en ondubbelzinnig afwijst, hoe zal dan het effect op jou, lezer zijn?
Dus onder dit alles zit bij mij een verlangen. Gehoord te worden in al mijn emoties. Aanvaard te worden met alle emoties die ik heb.
Anders dan de doorsnee self-help literatuur, self-help filmpjes enzovoort is de Gestaltvisie. Dat is een vorm van therapie die er van uit gaat dat een gezond organisme, een gezonde, vertrouwvolle mens alle emoties en gevoelens ervaart, elke emotionele toestand ook en deze uitleeft en deelt, er op vertrouwend dat de andere mensen het ook normaal zullen vinden dat het deze gevoelens heeft. Voor de Gestalt is de ideale situatie er één waarin alle gevoelens een plaats hebben. Ook taboe-gevoelens. Ook gevoelens waar ik me ongemakkelijk bij voel, als ik ze uit en/of deel. Een ander gebied waar met deze taboe-gevoelens op een authentieke manier wordt omgegaan (of toch meestal) is de expressie, het creatief omgaan daarmee, met een groot woord: de kunst (zoals dat vroeger heette). Maar juist daaraan zie je ook hoe taboe het is: pas als deze gevoelens creatief verpakt worden, in een schilderij, in het medium van een briljant talent, een briljante gevoeligheid, een briljante vakkennis soms ook, pas dan kunnen we met z’n allen deze gevoelens precies blijkbaar verteren. Kijk bijvoorbeeld naar ‘de schreeuw’. Stel je voor dat je in het dagelijkse leven iemand tegen komt die op deze manier op een bruggetje plotseling zijn of haar gevoelens van angst en wanhoop en wat dies meer zij de vrije loop zou geven, in het dagelijkse leven – precies die gevoelens die Edvard Munch in zijn schilderij ‘de schreeuw’ uitbeeldt? Hoe zou je je voelen, als dat gebeurde en als mensen de tijd zouden nemen en de durf om dergelijke staaltjes van zelfexpressie consequent in hun dagelijkse leven te delen? Maar zo doen we dat niet. Edvard Munch heeft wellicht zelf deze gevoelens op een bepaald punt in zijn leven ervaren. En hij grijpt naar het penseel. Hij loopt niet zelf naar die brug… Zo hoef ik me niet ongemakkelijk te voelen als ik hem daar toevallig tegenkom, maar wordt ik in de stilte van het museum in mijn eigen wanhoop geraakt, als ik voor zijn schilderij kom te staan. Maar wat maakt het zo moeilijk, dergelijke gevoelens in het dagelijkse, mijn leven te vervlechten…
(Aanvulling: het blijkt dat Edvard Munch deze ervaring die hij uitbeeldt in ‘de schreeuw’ wel zelf heeft gehad. Hij heeft het dus niet alleen geschilderd, maar is door de emotie gegaan ‘right now’ en heeft er dan later nog verder expressie aan gegeven. Dat is een feit waar ik bewondering voor heb… Hier kun je het verhaal een beetje lezen…)
Er zijn gevoelens in mij, die geneigd zijn zich te verbergen. Ik ervaar ze alleen. Ik durf het niet aan ze te delen. Toch laat ik ze ook niet helemaal los. Ze sluimeren daar… Met mijn verstand zeg ik: ‘Ik wil deze gevoelens daar niet hebben. Ik wil deze gevoelens überhaupt niet in mijn leven. Waar is dat self-help boek, zodat ik ze zo snel mogelijk achter mij kan laten en loslaten!’ Maar een ander deel in mij hangt vast aan deze emoties, is er aan gehecht en wil feitelijk niets anders, dan deze gevoelens geheel doorleven: van echt voelen, naar de loutere acceptatie dat ze er zijn, dan zelfs de expliciete verwelkoming ervan, het delen vervolgens ervan met andere, intieme vrienden en tenslotte wellicht zelfs met de hele wereld. Waarom zijn er in deze wereld zo veel romans?! En het lijkt er op dat het heus niet is om de lezer alleen maar op te vrolijken of zo. Literatuur is vaak deprimerend genoeg. En ik weet niet of een ‘zwarte’ roman niet vaak even goed verkoopt als een boek met een happy end.
Het vraagt moed met een negatief gevoel op de proppen te komen. Het vraagt nog meer moed om met een zin op de proppen te komen, een rationalisatie misschien, over waarom negatieve gevoelens ‘goed’ zouden zijn. Vaak stoten dergelijke – vaak religieuze – visies me tegen de borst omdat ik dan denk: ‘Jaja, jij hebt makkelijk praten, vanuit je hoge stoel, maar jij hoeft dit niet te voelen hé’. Maar vaak gaat het nog dieper en zie ik mensen – inclusief mezelf – dergelijke ‘rationalisaties’ gebruiken om hun miserabele levensgevoel te ‘aanvaarden’. (Zoals, bijvoorbeeld: ‘Ik voel me slecht, maar ik ben tenminste rechtvaardig.) Ik zoek naar een woord hiervoor, en in essentie lijkt dit er goed voor: het is tragisch. Dit is gewoon tragisch, omdat hier iemand ZICHZELF de grond in boort, terwijl ik in dergelijke situaties – altijd als het situaties van anderen zijn – soms kan zien, hoe ONNODIG het is!!! (En dat is dan ook de reden waarom ik denk dat het tragisch is…)
Maar hoe is het met mezelf? Zelf wil ik deze negatieve gevoelens voelen. Ik wil ze als deel kunnen zien van mijn leven. Ik verlang er ook naar, merk ik, aanvaard te worden MET deze gevoelens. Als deze gevoelens als taboe worden gezien, wordt IK als taboe gezien. En dat voelt niet goed aan. Dat is wat je noemt: ‘lijden’ in de zin van wat een self-help ‘met-de-twee-voeten-op-de-grond-wijsheid’ zou zeggen (in feite David De Angelo die, in zijn programma Man Transformation, zijn grootmoeder – of moeder – citeert) over het verschil tussen pijn en lijden: ‘pain is inevitable, suffering is optional’. Pijn, in het leven, zo nu en dan, is onvermijdelijk. Lijden daarentegen is een optie. ‘Dat is maar een aanbeveling’, zouden ze bij Kabouter Wesley zeggen – deze is, zoals ze allemaal, nogal ‘grappig’ en eigenlijk best diep!)
Wat ik wil is de pijn die ik voel uitdrukken (het geluk trouwens ook) en het wordt lijden (bij mij) merk ik, door het onderdrukken daarvan. Als ik goed kijk merk ik dat dit onderdrukken ontstaat doordat ik denk: ‘Deze pijn is voor mij al zo erg, als ik die nu ook nog eens ga delen – door ze ten overstaan van anderen te ervaren dan belast ik alleen maar anderen er mee’. Het heeft ook te maken met afhankelijkheid. Ik denk – alweer een gedachte – dat anderen mij gaan ‘bezitten’ als ik uitkom voor mijn eigen gevoelens. Zelf reageer ik ook zo op de gevoelens van anderen. Ik ga meteen in de reflex dat ik er iets aan wil doen. Als ik iemand zie ‘lijden’ (pijn hebben, in dit geval), wil ik meteen daar iets aan doen en ga ik denken van: ‘Hoe kan ik deze persoon “helpen” zodat hij of zij dit “vreselijke” gevoel (ik vind het vreselijk) niet meer moet hebben!’ Dat is stresserend! De vraag is: ‘Zit misschien de “oplossing” van het gevoel (en hier mag je dat woord geheel letterlijk nemen) misschien in het gevoel zelf? Zonder dat er iets “moet”, met name zonder dat er gevoelens moeten worden vermeden’…
Mijn perspectief is dit (sinds het zien van de video’s van David De Angelo over Man Transformation vind ik het geweldig om te zeggen: ‘mijn perspectief is…’
): Er zijn gevoelens waar ik geen probleem mee heb ze te delen met andere mensen. Dat zijn de zogenaamd ‘conventioneel gangbare’ (in mijn wereld): gevoelens van dankbaarheid – echter binnen bepaalde maten, gevoelens van – lichte stress en/of onrust, het gevoel dat achter een glimlach zit (een echte!), gevoelens van interesse en passie – geen probleem!
, … In feite zijn dit heel weinig gevoelens (ik zal er wel een paar hebben overgeslagen, maar toch…) en in feite zijn het deze gevoelens ook maar binnen een bepaalde moderate schaal! Emoties, platgeslagen dus. In de lightversie. Geen volkorenbrood of schuim met bubbles maar ja, enfin, de emoties als ze nog ‘deeg’ zijn, geraffineerd, ‘wit’ gemaakt, … Daarnaast ervaar ik meer emoties, die ik wel kan voelen en genieten, maar niet durf te delen. Ben ik alleen dan durf ik ze te voelen, ben ik bij anderen dan onderdruk ik ze. Dat wil ik dus veranderen. Het is voor mij, vanuit mijn perspectief, heel, heel belangrijk nu aanwezig te zijn (ook weer een gedachte die ik dank aan de ‘Man Transformation’ van David De Angelo), dus: al mijn gevoelens te voelen en te doorleven ‘right now’, of er nu anderen bij aanwezig zijn of niet. DOORLEVEN, dus niet: er over praten! Geweldig perspectief!
En dan zijn er de gevoelens waar ik alleen maar van kan dromen, nu. Gevoelens die ‘voorbij’ de onderdrukking liggen. Gevoelens waarvan ik weet dat ze bestaan, omdat ik er over gelezen heb, er van gehoord heb, er (als kind wellicht in mijn infantiele wijsheid toen) glimpsjes van ontvangen heb, toen, maar die nu gewoon en in hun volle expansie feitelijk in mijn leven steeds buiten mijn ervaringsbereik hebben gelegen. Nu ervaar ik bij het expressie geven aan mijn gevoelens angst. Dat lijkt een bestanddeel te zijn van al mijn gevoelens, tot nu toe, wanneer ze een bepaald niveau van expressie – en daarmee ook beleving – overschrijden. Ik kan alleen maar dromen momenteel wat het zou geven als ik gezond expressie zou kunnen geven, eerst aan mijn emoties plus de angst, dan misschien ook aan al deze zelfde emoties zonder de hypotheek van de angst er op. My body will tell me… My senses…