De meest troostende filmscène
In zijn filmtrilogie Trois Couleurs beeldt de Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski op een creatieve manier zijn interpretatie van de drie Franse idealen, vrijheid, gelijkheid en broederschap uit. De drie films heten Bleu (1993), Blanc (1994) en Rouge (1994), dit naar de drie kleuren (blauw, wit en rood) van de Franse vlag. In Bleu beeldt hij op zijn manier de vrijheid uit, in Blanc doet hij voor de gelijkheid iets gelijkaardigs en in Rouge staat het thema van de broederschap (of zusterschap?) centraal…
De eerste twee van deze filmen heb ik al gezien, en vooral de tweede, Blanc, heeft me erg aangegrepen. Het gaat om een Poolse immigrant die in Parijs getrouwd is met zijn Franse vriendin. De film begint in de rechtbank waar zij vraagt om van hem te scheiden omdat hij sinds hun huwelijk niet meer kan voldoen aan hun sexuele verlangens (hij krijgt hem niet meer omhoog). Zij wil van hem scheiden, maar hij denkt dat het tussen hen nog niet gedaan is en zegt dat hij alleen meer tijd nodig heeft om hun – sexuele – relatie terug te doen werken. Omdat hij echter niet goed Frans spreekt en in de rechtbank ook niet echt geholpen wordt hierom krijgt hij niet de kans zich voldoende uit te drukken en wordt hun huwelijk ontbonden. Ook zijn bankrekening wordt geblokkeerd en zonder geld en zonder huis komt hij dus aan lager wal te zitten. Na de rechtzaak zien we hem nog in het huis van zijn ex-vrouw, waar hij haar vraagt om met hem mee naar Polen te komen, maar ze weigert. Ze steekt de gordijnen in brand, vertelt dat ze de politie zal zeggen dat hij dat heeft gedaan om wraak te nemen en zet hem zo het huis uit.
In de Parijse metro ontmoet hij een mysterieuze landgenoot, die hem uiteindelijk in een koffer terug naar Polen smokkelt. Dit lukt, maar niet zonder kleerscheuren! De mooiste scène vind ik echter die waarbij Karol, de hoofdpersoon, deze mysterieuze man doodschiet, op diens eigen vraag en tegen betaling, in een verlaten metrogang. Deze man, die het ogenschijnlijk goed stelt met ook een vrouw en twee kinderen stapt uit het leven maar wil zijn geliefden de idee niet aandoen dat hij zichzelf zou hebben gedood. Het moet dus lijken op een moord. De poging hem te doden mislukt echter, het schot, van een gaspistool (?), blijkt maar een losse flodder, omdat de onervaren schutter was vergeten het magazijn in werking te stellen. Geëmotioneerd vraagt hij of het slachtoffer nog steeds dood wil en deze knikt nu van nee.
Daarop volgt het meest schokkende gedeelte, dat mij het meest diep heeft geraakt. Karol, de jonge hoofdpersoon vraagt: “Waarom?” Die vraag wordt echter niet beantwoord, tenzij met een bepaalde gezichtsuitdrukking. Schijnbaar uit het niets zegt Karol dan: “Mikolaj, iedereen lijdt”. Waarop zijn vriend, die op een soort vaderfiguur lijkt, hem antwoordt: “Dat weet ik. Ik wilde alleen minder lijden”…
Dat dit alles bevrijdend is zien we vervolgens in de volgende scène, waarin de twee mannen spelen op het ijs en zich terug voelen alsof ze 18 jaar zijn!
Voor mij was heel deze scène een enorm troostende scène om te zien. “Iedereen lijdt”; je zou kunnen denken dat dit een deprimerende uitspraak is. Maar als je dit anders bekijkt dan kun je ook zeggen dat mensen dus daadwerkelijk gelijkwaardig zijn, ondanks de ongelijkheid die er tussen ons allemaal is (op de gebieden van rijkdom, gezondheid, ‘geluk’, etc). Als iedereen lijdt dan blijken deze verschillen slechts schijn, omdat ook de rijkste man lijdt, en alle anderen. De mysterieuze, gelukkige, gearriveerde zakenman heeft iets defaitistisch. Hij wentelt zich niet in zijn succes en kan ook niet genieten van zijn gezin. Een tijdje later in de film zien we hem echter toekomen bij zijn huis, terwijl hij (kerst?)cadeautjes voor zijn familie uit zijn auto is aan het laden…
Er is een lijden dat van iedereen is, ondanks de verschillen. Het heeft daarom geen zin er als enkeling aan te willen ontsnappen. Dat hoeft ook niet. Tegelijk is dit de pure bevrijding, iets dat troost biedt en moed geeft om verder te gaan in een moeilijke periode. Zo heb ik dat ervaren. Voor mij was dit het meest troostgevende dat ik in jaren heb gehoord.
Dit betekent niet dat dit lijden onoverkomelijk is. Het heeft meer te maken dat zo lang er één van ons lijdt, iedereen lijdt. Niet omdat het moet, maar omdat dit in onszelf zit. Omdat wij dit zelf, op een heel erg diep niveau, zo lijken te willen. Zo lang er één iemand pijn heeft, zo lang er één iemand lijdt, zijn we solidair en lijden we ook. Je zou het ook zo kunnen zeggen: compleet geluk is niet mogelijk, zo lang er nog (mensen) zijn die in erbarmelijke omstandigheden leven. En dat resulteert in een soort weten: iedereen lijdt. Eigenlijk hoeft dit niet eens gezegd. De mysterieuze, gearriveerde zakenman die dood wil weet dit ook, zegt hij, hij wilde alleen maar minder lijden.
Misschien dat uit het onvermogen dit te aanvaarden, machtspogingen ontstaan van anderen (in alle mogelijke contexten) om ons ‘gelukkig’ te maken. Maar dat is de andere kant van de medaille, waarover de eerste film, Bleu misschien wel een beetje gaat: men kan een ander niet gelukkig maken. Dat kan alleen die ander zelf! Of, misschien anders, het gaat niet zonder het initiatief, of een soort ‘instemming’, een ontvankelijkheid voor wat je te bieden hebt van die ander. Waarom is vrijheid zo belangrijk? Omdat een mens in gebondenheid, ook als die met de zogenaamd ‘beste’ bedoelingen geschiedt, niet de vervulling, noch het geluk vinden kan die iedereen verlangt.
‘We lijden allemaal’ plaatst ons, ondanks alle verschillen tussen mensen, in een bel van gelijkwaardigheid, bekendheid met elkaar ook, dat dieper zit dan woorden en daden. We zijn allemaal losse partikeltjes en we lijden allemaal. Ik weet dat ik aan het lijden van de ander niets kan doen, de noodzaak om hem en gebeurtenissen te manipuleren ontstaat dus helemaal niet. Aan de andere kant is dit ook een keuze die mij doet beseffen dat wat ik ook doe als vrije mens, hoe ik mijn vrijheid ook inzet om zelf gelukkig te worden, dit gaat mij niet lukken in de ultieme zin omdat iedereen lijdt, ook ik, no matter how succesfull I am, ongeacht hoe succesvol ik ben, dus. Dat is, voor mij, een enorm troostende gedachte gebleken. We do care! Het kan ons wat schelen…
Ik zou hier graag tonen waarom ik denk dat het een keuze is om zich wat aan te trekken van het lot van een ander. Er is een filosofisch gedachte-experiment dat gaat als volgt. Stel dat geluk een bepaald gevoel is, dat we willen bereiken. We verlangen er naar in dit gevoel van vervulling te komen en dat is dan ook het doel waarmee de verlichte mens al zijn middelen inzet, inclusief zijn (ook politieke) vrijheid, die hij daarvoor nodig heeft. Nu is het zo dat we gevoelens in een mens kunnen opwekken door de hersenen electrisch (of anderszins) te stimuleren. In ieder geval, dat dit mogelijk is is ook een vooronderstelling van het experiment. Stel nu dat er een machine zou bestaan die, als je jezelf daaraan aankoppelt, jou dit gevoel van geluk, van vervulling geeft. Dat wil zeggen: jij voelt je, zolang je aangekoppeld bent aan deze machine, werkelijk gelukkig! De vraag is dan: ben je bereid jezelf voor de rest van je leven aan een dergelijke geluksmachine aan te koppelen?
De reden waarom we ‘nee’ zeggen is denk ik de volgende. Aankoppelen aan de geluksmachine maakt ons gelukkig. De prijs die men daarvoor betaalt is echter afkoppeling van een belangrijk stuk van de werkelijkheid. Een deel van het echte geluk betekent echter open en betrouwbaar in contact staan met de werkelijkheid, hoe pijnlijk die wellicht ook is. Vanaf een bepaald moment ontvluchten we die grens wel, bijvoorbeeld door flauw te vallen of dood te gaan, maar dat is dan toch onwillekeurig. Uiteindelijk denk ik dat we ‘een gevoel van geluk’ minder inschatten dan dit contact met de werkelijkheid. Het is voor ons iets wat deel van het pakket van ‘geluk’ dient te zijn. We voelen aan dat we het hangen aan een zogenaamde geluksmachine niet als werkelijk geluk willen beschouwen.
De keuze om te lijden zit daarin vervat. Niet noodzakelijk, maar wel in die zin dat mocht de werkelijkheid lijden bevatten, dan willen we daarmee in contact staan.
Het kan ons schelen, ook als we er niets aan kunnen doen. Het zou kunnen dat individuen ongeluk en lijden voor een groot stuk aan zichzelf te danken hebben, zoals veel rechtse partijen suggereren (die vaak bevolkt worden door mensen die zeer veel belang hechten aan de grenzen tussen hun bezit/verdiensten en het bezit/de verdiensten van anderen). Aan de andere kant staat de ‘linkse’ politieke kant, die solidariteit in het vaandel voert, maar die, omdat ze tot actie wil overgaan en anderen daardoor wil helpen, er toe overgaat, misschien zelfs nog voor dat de mensen zelf hebben kunnen bestemmen waar hun geluk ligt, hen te dwingen in een collectief gareel. Dat is geen bevredigend en gelukkig leven.
Democratie is een uitdrukking van de erkenning dat we allemaal gelijk zijn, ondanks de overduidelijke en niet onder de tafel te vegen of weg te nivelleren verschillen. We zijn allemaal anders, maar staan ook graag in contact met elkaar. En de democratie is een poging, om dit contact te realiseren op een open, vrije, geweldloze en zelfverantwoordelijke manier. Democratie gaat er van uit dat wij allemaal partikeltjes zijn, maar ook dat we partikeltjes zijn die in zichzelf een dynamiek hebben van liefde naar de ander toe. Ik gebruik hier het woord liefde omdat ik denk dat, juist begrepen, dit woord een betere beschrijving biedt van wat er werkelijk gebeurt dan woorden als tolerantie of respect, die vaker in een maatschappelijke context worden gebruikt. Dat doen we misschien uit voorzorg, omdat het woord liefde vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt. Misschien zijn we er, daarom, ook een beetje bang voor. Ik ben dat toch in ieder geval wel wat…
Vrijheid is een grondrecht. Maar het wordt niet overal gegarandeerd. Het wordt door individuen bevochten, die dat vaker dan we zouden willen geloven en wensen met hun leven bekopen. Dit is nu het geval, in de Arabische wereld. Dit was ooit ook het geval tijdens de Franse Revolutie. Het is ook op zo veel andere ogenblikken in onze vaak zo droevige collectieve wereldgeschiedenis zo gegaan. Het beginsel van de gelijkheid tussen mensen beginnen we eerst nog maar te be-experimenteren. Iedereen is gelijk voor de wet. Elke mens is gelijk aan de andere wanneer het er om gaat die wet op te stellen, te stemmen en vast te leggen. Ondanks die gelijkheid zijn er immense verschillen, deels door lot, deels als gevolg van een verworven vrijheid. Onder die vele verschillen ook vaak machtsongelijkheid. De gelijkwaardigheid van alle mensen houdt in dat die machtsongelijkheid niet in het voordeel van de ene of de andere wordt uitgeoefend, maar in balans, op een blinde manier, zodat iedereen minstens evenveel kans krijgt om op een vrije manier zijn/haar leven op te bouwen.
Het lijden is geen noodzakelijk deel van onze menselijke conditie, dat geloof ik niet. Maar als het er is dan is het niet enkel het lijden van die ene persoon die het ondergaat, maar van ieder ander die zich er bij betrokken voelt. Er zit troost in deze erkenning van de gedeeldheid van het lijden. Er zijn mensen die om mij geven, ook al kunnen (of wensen) ze niets voor mij (te) doen. En ook omgekeerd geef ik om anderen, ook al voel ik mij vaak machteloos in het gezicht van hun ellende. Dit betekent niet dat ellende een deel van ons bestaan hoeft te zijn, maar zo lang ze er is raakt het mij wel.
Dat dit bevrijdend is heb ik ook gemerkt. De bedoeling is niet in die ellende te blijven of om daar niets aan te doen! Juist de erkenning dat ze er is geeft de mogelijkheid ze van me af te werpen!
Als ‘iedereen lijdt’ ben ik niet meer de enkeling die verdoemd is te ploeteren tegen een ondoordringbare smurrie. Ik ben deel, op mijn eigen individuele, vrije manier van een veelheid van individuen die allemaal ploeteren tegen het monster en die gezworen hebben hun deel van de last niet af te leggen voor deze last helemaal verdwenen is! De enkeling die boven het lijden staat bestaat niet echt; het blijft een weg om daar boven te gaan staan en sommigen proberen die ook, maar dit blijkt uiteindelijk toch een doodlopende weg als men beseft dat deze inhoudt dat men het contact met de werkelijkheid verliest.
Hoe eindigt het uiteindelijk met het koppel in de film blanc? Uiteindelijk worden de rollen omgedraaid. Terug in Polen en na het schietincident (eigenlijk al daarvoor) stort Karol zich met overtuiging in het geld, geholpen door zijn mentor, die hij bijna gedood had. Hij verdient geld omdat hij ‘het nodig heeft’ en motiveert zichzelf ook met een ideaalbeeld van zijn geliefde dat eerst in stukken uit elkaar is gevallen, maar dat hij nadien weer voorzichtig aan elkaar heeft gelijmd.
Hij maakt daarbij gebruik van de legale mogelijkheden die een opkomend kapitalistisch economisch bestel in de het ex-soviet gebied Polen hem (en ook anderen!) te bieden heeft. Sommige interpretatoren vinden het nodig te vermelden dat wat hij doet er eigenlijk juist wat illegaal uitziet. Je zou het echter ook zo kunnen zien dat wat hij doet om het geld te verdienen wellicht legaal is, maar dat er tegelijkertijd nu eenmaal vanuit een bepaald standpunt immoreel lijkende aspecten aan een kapitalisctisch economisch bestel kleven. Wat ook de waarheid is, hij maakt van deze mogelijkheden gebruik en verzamelt hij op die manier heel wat geld.
Vervolgens schrijft hij een testament dat bepaalt dat al zijn geld bij zijn ex vrouw terecht moet komen, wijst hij zijn zakenpartner en mentor aan als executeur-testamentaire en organiseert hij vervolgens een schema waardoor het er op lijkt dat hij inderdaad overleden is. Uiteindelijk raken op die manier de rollen echter omgedraaid. Zijn ex Dominique komt in een Poolse gevangenis terecht, op beschuldiging van moord op haar ex man voor diens geld. Karol, die het allemaal zo geregeld had ontdekt in de loop van dit proces ook dat zijn ex vrouw nog van hem houdt en de film eindigt dan met een scène waarin hij in tranen naar haar opkijkt en zij naar hem in tekentaal hun relatie bekendmaakt van achter een getralied raam.
Deze film heeft mij diep geraakt. Het thema van de maatschappelijke gelijkheid krijgt kleur door het te tonen aan de (on)gelijkheid in een relatie tussen man en vrouw, waar dit thema misschien nog wel het meeste thuishoort, in ieder geval een zware rol speelt. En deze film bevat bovendien een wijsheid die zo diep is dat ze troostend kan zijn.
